Bij Pasen

By 11 april 2020april 19th, 2020Quarantainetijd

Hieronder lees je een overweging van Leo bij het doortochtverhaal (Exodus 14) en het Emmaüsverhaal (Lucas 24,13 – 35)

Het Hebreeuwse woord Pesach, Pascha in zijn Latijnse vorm,
wordt meest begrepen als  ‘doortocht’
en dan wordt verwezen naar de doortocht van de Joden door de Rietzee,
het wondere gebeuren
dat hen bevrijdt uit de verslavende macht van Egypte.
Wij vertellen dit wondere verhaal in onze paasvieringen
gelinkt aan de wijding van het water
en de hernieuwing van de doopgeloften,
en het komt mij voor dat we zo heel dicht aansluiten
bij wat Pasen, en Opstanding eigenlijk betekenen.
De jonge christelijke kerken
hebben heel lang hun mensen op Paasnacht gedoopt
en: anders dan wij nu doen, door volledige onderdompeling;
-in een aantal Middeleeuwse kerken is de doopput nog altijd aantoonbaar-
opgerezen uit het water, zijn ze een nieuw leven ingegaan.
De symboliek sluit aan bij het oude doortocht verhaal:
weg uit het slavenhuis Egypte
trekt  het volk, door de dood van het water
naar het nieuwe leven van vrije mensen.
Dit Pascha, dit doortocht verhaal
moet ook de vrienden van Jezus geholpen hebben
in hun totale ontreddering
bij de gruwelijke dood van Jezus:
hun rabbi is niet de bevrijder van Israël geworden,
zij zullen niet de eersten zijn in zijn koninkrijk,
hun Messias is terechtgesteld als een vulgaire slaaf…
Lucas in zijn Emmaüsverhaal geeft ons een aanwijzing
van het proces dat zij -erg langzaam- zullen doorlopen.
Een vreemdeling onderweg wijst op
wat in de geschriften over de Gezalfde is gezegd.
Het zet hen aan het denken
ook over hoe hun Jezus was,
en in het licht van zijn dood,
krijgen ze een dieper inzicht in de betekenis van zijn leven:
Geen koning van het nieuwe Israël,
maar ‘helpman, reisgenoot en broeder van de allerminste mensen’;
die zij nu herkennen in het breken en delen van het brood…
Pascha, doortocht
doortocht  door de dood naar een nieuwe vorm van leven:
‘Deus exaltavit illum…’ schrijft Paulus aan de Filippenzen,
‘God heeft hem hoog verheven
en hem de naam gegeven die elke naam te boven gaat:
Jezus Christus is de Heer’.
Zo wordt Doortocht: Opstanding:
het besef dat het verhaal van Jezus niet stopt bij zijn terechtstelling,
maar dat hij leeft in hun hart en in hun geest,
dat hij hen voorgaat naar Galilea en de hele verdere wereld,
‘als een dode die niet dood is, als een levende geliefde
die als brood gedeeld wil worden
om in mensen mens te worden.’
Dat moet ook voor ons vandaag weer Pasen zijn,
opstaan keer op keer;
uit onmacht, onrecht of ellende
om aan elkaar mens te worden.  
(Leo)