Bij de 2e zondag van de advent

By 5 december 2020december 11th, 2020Quarantainetijd

Enkele bedenkingen bij het begin van Marcus
(De tekst lees je onderaan.)

‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, zoon van God.’
Zo begint Marcus. Niet met een verhaal over de geboorte of de kinderjaren van Jezus, nee, Jezus is meteen volwassen.

Het verhaal van Marcus is geschreven rond het jaar 70, het jaar waarin Jeruzalem en de tempel door de Romeinen verwoest werden met moord en brand. Een drama was dat voor de Joden. Rond het jaar 70 dus, een hele tijd na de dood van Jezus, zo’n 35 jaar later. Alsof wij nu zouden schrijven over de jaren 85-90. Dat is een hele tijd geleden.

Waarschijnlijk is het boek niet het werk van één auteur, maar van een groep die alles enkele generaties heeft doorverteld en bewerkt en dan opgeschreven, eerst in flarden, uiteindelijk als een volledig boek, als een volwaardige compositie.
Een verhaal is het geworden, geen biografie of historisch verslag of ooggetuigenverslag.

‘Het begin van het evangelie’
Eigenaardig toch dat Mc schrijft: begin van het evangelie. Wil hij zeker zijn dat de lezer het boek niet ondersteboven vast heeft of achterste voren bezig is?
Ik denk dat hij wil zeggen: dit hele boek, het hele verhaal is een begin. Het begint met Jezus, maar het gaat verder in de gemeente, de Jezusgemeenschap voor wie Mc schrijft, tot op vandaag.

 ‘Het begin van het evangelie’, van de blijde boodschap, het goede nieuws van Jezus.
Wat is blijde boodschap, wat is echt goed nieuws? Wat zou het zijn voor u? Niet alles is goed nieuws voor iedereen. De Romeinse keizer bv. noemde een militaire overwinning ‘evangelium’, ‘blijde boodschap’. Het rijk werd uitgebreid, slaven en slavinnen kwamen op de markt en de materiële buit lag voor het grijpen. Goed nieuws voor de Romeinen. Maar niet voor het volk dat verslagen was.
Wat zou voor u echt goed nieuws zijn? In deze coronatijden?

Marcus vat ‘goed nieuws’ of ‘evangelie’ samen in Jezus. Hij denkt dat wie in zijn sporen loopt, gelukkig zal zijn. Hij schrijft zijn boekje om ons ervan te overtuigen dat te doen.
Want Jezus is de ‘Christus’ in het Grieks, de ‘messias’ zeggen ze in het Hebreeuws, de ‘gezalfde’ van God in het Nederlands.Een titel die tevoren al gebruikt werd voor David, de door God gezalfde koning. Marcus is ervan overtuigd dat de ontmoeting met deze gezalfde gevolgen heeft voor je manier van leven.

‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, zoon van God.’
Zoon van God. Na 35 jaar overwegen noemt Marcus Jezus ‘zoon van God’. Hoe komen mensen ertoe deze mens zoon van God te noemen? Wat hebben zij ervaren in Jezus dat zo bijzonder was?
De titel was enerzijds bekend in Romeinse kringen. De keizer had een goddelijke status. Anderzijds was het ook voor Joodse oren niet uitzonderlijk kind of zoon van God genoemd te worden.’ Jezus zoon van God’ versta ik als: sprekend zijn vader, boordevol god, een mens die helemaal het  beeld van god is. En het heeft dus niks met dna te maken.

‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, zoon van God.’
Als een statement, als het motto van het boek.
In de hoop mensen ervan te overtuigen God als de bron van hun leven te zien, en hun zoon- of dochterschap vorm te geven in de beweging van Jezus Messias.

Dit is het begin van het evangelie van Marcus. Maar onmiddellijk verwijst hij naar de profeet Jesaja. Is dit dan niet het begin? Is het eigenlijk al vroeger begonnen?

Jezus komt inderdaad niet uit de lucht gevallen. Hij gaat in het spoor, in de traditie van memorabele voorgangers. De profeet Jesaja kondigde in tijden van grote ontmoediging aan dat er iemand zou komen die de paden voor de Heer recht zou maken.

En dat gebeurt nu. Er is iemand gezien die mensen oproept om zich vragen te stellen en om hun leven om te keren, naar God toe, iemand die de paden voor de Heer recht wil maken.  Johannes is zijn naam. Vreemde man in vreemde kleren met vreemde eetgewoontes. Hij wordt precies zo aangekleed en beschreven als de profeet Elia destijds.
In die tijd leefde de gedachte dat Elia eerst zou terugkeren, om als een heraut het begin van het koninkrijk van God aan te kondigen en dat de messias pas dan zou komen. Marcus hertekent Elia in de persoon van Johannes en zo is de weg geëffend voor Jezus.

Johannes is een heel sober man. Hij houdt zich op in de woestijn. Hij leeft van bijna niets. Hij richt zijn hele hebben en houden op wat het belangrijkste is. Johannes roept op tot ommekeer en kijkt uit naar een nieuw begin.

Met die houding sluit hij aan bij Jesaja die zegt: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn. Effen in de wildernis een pad voor onze God.’
Het is een houding die bulkt van hoop en verwachting. Het is ook de houding die de drie wijzen in het Oosten in zich hadden. Daardoor stonden zij scherp en op de tippen van hun tenen op uitkijk. Het is de typische houding van de advent.

Dat ook wij ons ook rekken op de tippen van onze tenen en alles inzetten wat een nieuwe wereld dichterbij kan brengen.
Dat we al onze ideeën, heel onze creativiteit, al ons hebben inzetten op staatsbons voor die nieuwe wereld, ook wel koninkrijk van de hemel of rijk van God genoemd.

Marcus 1, 1-8

1 Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.
2 Het staat geschreven bij de profeet Jesaja:
‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit,
hij zal een weg voor je banen.
3 Luid klinkt een stem in de woestijn:
“Maak de weg van de Heer gereed,
maak recht zijn paden!”’
4 Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. 5 Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. 6 Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. 7 Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. 8 Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’