Viering op zondag 29 december 2019 om 11 uur

By 17 november 2019Activiteit

Woorddienst

Matteüs 2, 13-15 . 19-23

13 Kort nadat de magiërs op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: ‘Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’
14 Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte.
15 Daar bleef hij tot de dood van Herodes, en zo ging in vervulling wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’

19 Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer.
20 De engel zei: ‘Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’
21 Jozef stond op en vertrok met het kind en zijn moeder naar Israël. 22 Maar toen hij daar hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes had opgevolgd als koning over Judea, durfde hij niet verder te reizen. Na aanwijzingen in een droom week hij uit naar Galilea.
23 Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’

Wijsheid van Jezus Sirach 3, 2-7 . 12-14

2 Want de Heer heeft de vader aanzien bij zijn kinderen gegeven
en de zonen aan het oordeel van hun moeder verplicht.
3 Wie zijn vader eer bewijst maakt zijn zonden goed.
4 Wie zijn moeder hoogacht is als iemand die schatten verzamelt.
5 Wie zijn vader eer bewijst vindt vreugde in zijn kinderen
en wanneer hij bidt, wordt hij verhoord.
6 Wie zijn vader hoogacht zal lang leven,
wie luistert naar de Heer geeft zijn moeder rust.
7 Wie ontzag heeft voor de Heer eert zijn vader
en dient zijn ouders zoals hij een meester dient.

12 Kinderen, wees je vader op zijn oude dag tot steun
en doe hem geen verdriet zolang hij leeft.
13 Als zijn verstand hem verlaat, heb dan begrip voor hem.
Jij die nog al je kracht hebt mag niet op hem neerzien.
14 Als je je over je vader ontfermt, wordt dat niet vergeten;
zo bouw je weer op wat je zonden hebben afgebroken.