Viering op zondag 18 oktober 2020 om 11 uur

By 30 augustus 2020Activiteit

Viering met Roger Ghysens

Matteüs 22,15-21

15 Nu trokken de Farizeeën zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken. 16 Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen. 17 Zeg ons daarom wat u vindt: is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?’ 18 Maar Jezus had hun boze opzet door en zei: ‘Waarom stelt u me op de proef, huichelaars? 19 Laat me de belastingmunt zien.’ Ze reikten hem een denarie aan. 20 Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ 21 Ze antwoordden: ‘Van de keizer.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ 22 Ze waren zeer verbaasd toen ze dit hoorden. Ze lieten hem staan en gingen weg.

Jesaja 45, 1.4-6

1 Dit zegt de HEER tegen Cyrus, zijn gezalfde,
die hij bij de rechterhand neemt,
aan wie hij volken onderwerpt,
voor wie hij koningen ontwapent,
voor wie hij deuren opent
– geen poort blijft gesloten:
2 Ik zal voor je uit gaan,
ik zal ringmuren slechten,
bronzen deuren verbrijzelen,
ijzeren grendels stukbreken.
3 Ik zal je verborgen schatten schenken,
diep weggeborgen rijkdommen.
Dan zul je weten dat ik de HEER ben,
de God van Israël, die jou bij je naam roept.
4 Omwille van mijn dienaar Jakob,
van Israël, dat ik heb uitgekozen,
heb ik je bij je naam geroepen
en je met een erenaam getooid,
ofschoon je me niet kende.
5 Ik ben de HEER, er is geen ander,
buiten mij is er geen god.
Ik heb je omgord met wapens,
ofschoon je me niet kende.
6 Zo zal iedereen, van oost tot west,
weten dat er niets is buiten mij.
Ik ben de HEER, er is geen ander

I Thessalonicenzen 1,1-5b

1 Van Paulus, Silvanus en Timoteüs. Aan de gemeente in Tessalonica, die toebehoort aan God, de Vader, en de Heer Jezus Christus. Genade zij u en vrede.

2 Wij danken God altijd voor u allen: wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden 3 en gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig uw liefde is en hoe standvastig u blijft hopen op de komst van Jezus Christus, onze Heer. 4 God heeft u lief, broeders en zusters. Wij weten dat hij u heeft uitgekozen: 5 onze verkondiging aan u overtuigde immers niet alleen door onze woorden, maar ook door de overweldigende kracht van de heilige Geest. U weet hoeveel we voor u hebben betekend toen we in uw midden waren.