Home arrow Wegwijzer medewerkers
 
 
 
 

Wegwijzer voor medewerkers
Artikel index
Wegwijzer voor medewerkers
1. De Inleiding
2. De lezingen en de preek
3. Het dankgebed
4. Het slot

3. Het dankgebed

In onze woorddiensten is er een nieuw “type” van gebed ontstaan: een “verzamelgebed” dat aspecten van de vroegere prefatie, het eucharistisch gebed én van de voorbeden in zich verenigt. Het dankgebed komt na de lezingen en ‘preek’ en is er gewoonlijk het enige langere en expliciete moment van bidden. Andere gebeden  zoals “openingsgebed” of “gebed bij het openen van de schriften” gebruiken we zelden. Die zijn weggevallen vanuit de onvrede dat je met gebedjes zeggen daarom nog niet gebeden hebt. Bidden vraagt tijd.

Een gebed is geen meditatie of innerlijk spreken. Maar wat is het dan wel? O.a. dit.
Bidden is

  • zich laten dragen door de geest van God
  • aan staan in de stroom van het Leven, in de stroom van de Liefde
  • in jezelf de diepste krachtbron aanboren, Gods eigen adem, een onuitputtelijke bron van hoop voor ieder die de geschiedenis van mensen wil ombuigen ten goede.
  • met elkaar weer verliefd worden op Gods toekomstvisioen en erin gaan geloven, dat is: er concreet aan beginnen (politiek bidden)
  • nooit a-sociaal of anti-sociaal
  • de polsslag van de wereld waarin je leeft
  • breken door de sluier van het bestaan en zich laten leiden door het visioen dat zichtbaar is geworden
  • een daad van inkeer, van retraite, je terugtrekken op jezelf of, in de liturgie, met gelijkgezinde anderen
  • je zonder angst en kwetsbaar en met open handen toevertrouwen aan een nieuwe toekomst, zonder het verleden te vergeten
  • uitzien naar een wereld van gerechtigheid en vrede
  • Zoeken en tasten, twijfelen en niet weten hoe je verder moet, met of zonder woorden, in stilte en eenzaamheid, of in gesprek met geestverwanten

Een gebed is gericht tot God, hoe verscheiden en veelkleurig het godsbeeld vandaag ook is. Het is dus niet tot de gemeenschap gericht. Als het vooraan in een kerk voor een gemeenschap uitgesproken wordt, brengt het geen ideeën die uitsluitend persoonlijk zijn. Het probeert het gebed van de mensen te verzamelen en te verwoorden. Het wint aan kracht als het groeit uit verbondenheid met de gemeenschap en uit het geraakt zijn door de actualiteit en het woord uit de bijbel. Zo kan ieder zichzelf op een of andere manier herkennen.
Om die reden is het gebruik van de eerste persoon meervoud (wij danken u) het meest aangewezen. De eerste persoon enkelvoud (ik dank u) heeft als nadeel dat de spreker het alleen over zichzelf heeft, persoonlijk getuigt en zich buiten de kring plaatst.

Een dankgebed is een gebed waarin we ons dankbaar tonen voor wat is en op uitkijk staan naar wat kan komen.
De structuur kan zo zijn: naast een (ev. uitvoerige) aanspreking, danken en bidden rond het persoonlijk leven van mensen, rond de zeer concrete actualiteit, rond de grotere samenleving en tenslotte het danken om Jezus en zijn leven oproepen met het teken van het gebroken brood.
Voor je eraan begint, kan het helpen om enkele punten op te schrijven die in je gebed aan bod zullen komen en die puntjes in een volgorde te zetten. Zo heb je meer kans dat bij mekaar staat wat bij mekaar hoort en vermijd je een soort herkauwen, hervallen.

God aanspreken kan uitvoerig gebeuren:

  • met persoonsaanduidingen: God, Vader en Moeder, herder, …
  • met zelfstandige adjectieven: levende, liefdevolle, eeuwige, onnoembare, …
  • rechtstreeks: gij (die)
•  Gij die de ellende van uw volk gezien hebt,
gij die ook vandaag ons verdriet en onze angst kent.

•  Gij die het geknakte riet niet breekt,
gij die dichtbij zijt
en onze pijn en vreugde kent,
gij die geraakt wordt
door wat mensen neerhaalt,
gij die het onrecht, de onmacht wilt omkeren,

•  Gij schrijft uw wet
in de vezels van ieder mensenhart
Gij maakt ons voor mekaar:
vader en moeder
zoon en dochter
man en vrouw
  • met beelden: licht, vuur, bron, adem, stem, …
•  Stem die mensen roept om
   ongerechtigheid teniet te doen
•  Stem die zegt: ik zal er zijn
•  Stem die ons noemt bij onze diepste naam
•  Liefde die liefde wekt
•  Bron van leven


In deze aansprekingen wordt een godsbeeld duidelijk. En vermits er veel verschillende godsbeelden zijn, blijft het interessant als iemand op die manier iets van zijn visie onthult.

Het dankgebed verwoordt voor de hele groep. Het heeft aandacht voor de kleine wereld en de grote samenleving rondom ons, vreugde en verdriet daarin, het wekt meevoelen, samenzijn en wil vooral bij de mensen hun eigen gebed wekken.

Een voorbeeldje:

•  Dankbaar zijn wij
om wie door u geraakt is
om wie uw roep om gerechtigheid
met zijn leven vorm heeft gegeven
en zo afstand neemt
van eigentijdse, verleidelijke afgoden
als macht
en hebben altijd meer, ten koste van.

•  Wij danken u
voor mensen die lief zijn,
zacht en betrouwbaar
die het geduld niet verliezen met elkaar,
die tijd en ruimte laten
om te worden, om te groeien
of om stilletjes uit te gaan.

Poëtisch taalgebruik is hier op zijn plaats. Maar gezochte woorden of wendingen brengen ook niets bij.

Terwijl je schrijft liggen de lezingen best naast je. De ideeën erin kunnen een dankbaar levensgevoel opwekken of een oproep zijn. De beelden bieden een kans bij uitstek om bij de bijbel aan te knopen en hem ook vandaag te laten spreken. Ze kunnen gebruikt en geconcretiseerd worden. Zo krijgt het gebed een bijbelse toon.

Een stukje uit het dankgebed bij het geboorteverhaal met Kerstmis:

Wij danken u
voor de mensen die gij liefhebt:
mensen van goede wil
die ’s morgens en ’s avonds
in hun werk, hun denken en doen
hun leven openzetten naar u,
die angst bedaren
en verzoening wekken,
die vragen stellen
bij doemdenken en ontevredenheid,
die mekaar willen zien
in gerechtigheid. 
In hen herkennen wij uw naam.


Of bij het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10, 25-37)

Maak van ons mensen
naar uw woord en naar uw hart
mensen die mekaar zien langs de weg,
die barmhartigheid betonen.
Mensen die mekaars naaste zijn,
niet gehinderd door wetten en voorschriften
maar vrij om de mens te zien
als uw liefste,
vrij om naaste te zijn,
gelijke, mens naast mens,
en waar het nodig is:
naaste van een gekwetste mens
in handen gevallen van ontmoediging of eenzaamheid,
verdrukking of verdriet,
van hebben-altijd-meer.


Bij het danken om wat al is, hoort ook bidden voor wat nog onvolmaakt is en wat kan waar worden door een solidaire levenshouding. Want bidden is geen eenzame of stille daad.
Dat bidden kan een vragen zijn met bv. een imperatief:

•  Voed ons vertrouwen
als het leven tegenvalt.
Hou ons overeind - met mekaar,
als verdriet ons leven binnendringt.
•  Geef ons het geduld
om mekaar te verstaan,
om met mekaar te zoeken
naar het einddoel van onze weg
dat wij wel kennen
maar zo snel vergeten
in het doolhof van
komen en gaan en haasten en springen.

•  Maak ons attent
voor het onrecht van deze tijd,
de verloren levens
in de strijd om rijkdom en macht.


Als er achteraf communie is –bij ons altijd- is het vanzelfsprekend dat het laatste avondmaal opgeroepen wordt voor het brood gedeeld wordt. Anders komt dat plots uit de lucht vallen zonder enige duiding. Een voorbeeldje:

•  De laatste avond
zat hij met zijn vrienden aan tafel.
Ze vierden samen het paasfeest:
het feest van opstaan en leven.
Hij besefte dat het voor hem afgelopen was.
En om krachtig te tonen
hoe hij zijn leven bedoeld had,
nam hij brood en brak het in stukken
voor iedereen een stuk.
Ook de wijn werd gedeeld
om te zeggen:
je eten en drinken
je twijfel en je liefde
je hele leven
delen in Gods naam:
dat maakt vervuld gelukkig,
voor langer dan vandaag.
Daarom komen wij hier samen
Daarom delen wij het brood.


De zgn. ‘instellingswoorden’ letterlijk uitspreken doen wij niet. Dat kan immers ergernis wekken bij een aantal mensen. Parafraseren of suggereren schept ruimte voor een interpretatie en werkt naar mijn ervaring sterker dan de letterlijke woorden.

Het dankgebed is dus niet het moment om bedenkingen bij de lezingen te geven of persoonlijke visies. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar als je niet oppast, verval je daar snel in, vanuit de bekommernis aan een inhoudsvolle viering te werken.

Als het gebed onderbroken wordt door een keervers, dan kan dat voor mij maximaal drie keer (uitzonderlijk vier keer).
Wat de lengte betreft: voor een dankgebed in verzen (korte lijntjes) is twee bladzijden  genoeg, zelfs anderhalve is voldoende.



 


© 2012 Kapel van Zavelenborre
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.