Home arrow Wegwijzer medewerkers
 
 
 
 

Wegwijzer voor medewerkers
Artikel index
Wegwijzer voor medewerkers
1. De Inleiding
2. De lezingen en de preek
3. Het dankgebed
4. Het slot

1. Bij het begin: de inleiding

Beginnen doe je op de meest voor de hand liggende manier: je wenst de mensen een goeiemorgen en heet ze welkom. Als er intenties voor overledenen zijn, verwelkomen we de familie en vrienden uitdrukkelijk. In de naam van de vader.
Maar hoe neem je de mensen mee voor de rest van de viering? Enkele bedenkingen.

De inleiding brengt vooral het thema aan en maakt duidelijk dat wijzelf met dit thema iets te maken hebben. Het is de bedoeling de aandacht van de mensen te trekken en hen nieuwsgierig, klaar, bereid te maken om daarna naar de lezingen te luisteren. De inleider stelt zich in dienst van wat gaat komen. Een aantal voorbeelden en concrete situaties aanhalen, helpt daarbij. Beelden uit de lezingen kunnen al eens gebruikt worden. Zo zijn de mensen opgewarmd voor wat gaat komen.

Op de voorbereiding lezen wij eerst de teksten en praten er dan wat over. In de viering mogen we er niet van uitgaan dat de toehoorders de teksten al kennen. Het is vooral niet de bedoeling om al te zeggen welke de lezingen zijn, ze snel samen te vatten en er al een commentaar op te geven. Dit ontkracht een cruciaal moment van de viering, nl. het voorlezen uit de bijbel. En commentaar is voor later, voor de preek, als de teksten gelezen zijn.

Inleiden gebeurt, volgens mij, liefst in een niet specifiek bijbelse of godsdienstige taal. Een inleiding sluit aan bij het leven van elke dag, bij de actualiteit met de bedoeling te zeggen: ons leven heeft te maken met wat we straks in de teksten zullen lezen, we kennen dat, we maken het mee.
De inleiding gaat dus niet specifiek over de teksten – die zijn immers nog niet gebracht – ze bereidt ze voor.

Ideaal zou zijn dat op het einde van de voorbereiding de rode draad van de viering geformuleerd wordt. Zo weet de inleider precies wat hij moet aanbrengen en hebben ook de anderen een houvast als zij hun onderdeel uitwerken. En wat de lengte betreft: een half A4-tje in lettertype 12 is zeker genoeg.

Enkele voorbeeldjes:

Een inleiding op Lucas 6,31 en 36 (Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.):

Je hoort regelmatig negatieve reacties op bijvoorbeeld holebi's, of op studenten die twee of drie jaar na mekaar niet slagen. En wat denken wij van mannen met dikke moto’s en veel lawaai, jongeren met hun pet over hun ogen, piercings op alle onmogelijke plaatsen en het kruis van hun broek op hun knieën?
Maar hoe kijk je daar tegen aan als het je kind is? Niet dat je alle kritiek verliest, of dat al je vragen vervliegen, -integendeel- maar er verandert iets.
De gewone logica vervalt, als het je kind is.
Zo is het ook met God, denk ik soms..
Als hij met de mensen bezig is, is het zoals met zijn kinderen. Zo onzegbaar nabij.
    
Een inleiding op Matteüs 21, 28-32 (Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk):
Tussen doen en zeggen is er soms een groot verschil. We willen wel, maar als we moeten kiezen en we moeten daarvoor ook iets opgeven …
We zeggen wel dat veiligheid in het verkeer belangrijk is, maar als we daardoor onze eigen vrijheid moeten beperken …
We zeggen wel dat de honger in de wereld een schande is, maar als dat aan onze eigen portemonnee gaat zitten …
We zeggen wel dat we op mekaar moeten kunnen rekenen om een vereniging goed te doen draaien, maar als we daardoor iets moeten laten staan …
We zeggen wel dat God een plaats in ons leven krijgt, maar als dat ons bloedeigen leven moet veranderen …
Of we zeggen wel eens: ’t is genoeg geweest, op mij moet je niet rekenen, maar toch zorg je ervoor dat alles in de goede richting loopt.
Of: ik heb geen tijd, maar tussendoor doe je toch wat je kan.



 


© 2012 Kapel van Zavelenborre
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.