|
Overweging bij Marcus 1
Een dagje Kafarnaüm.In de ochtend heeft Jezus in de synagoge met gezag gesproken over de inzet van ieder mens voor het Rijk van God.
Het tweede gebeurtenisverhaal van deze dag in Kafarnaüm speelt zich af na de dienst thuis bij Simon en Andreas. Thuis ligt de zieke schoonmoeder van Simon. Jezus gaat naar haar toe en doet haar opstaan. Ze werd vrij van koorts. Hoe dat kan is voor velen van ons een vraag – hoe het gebeurde staat er niet bij, maar dat het kan, zal door veel mensen die een dergelijke ervaring hadden niet worden tegengesproken.
Ze is de tweede mens die tijdens die ene dag wordt genezen en de bevrijdende aanwezigheid van Jezus aan den lijve heeft ondervonden.
Hoe de dag verder is verlopen, of er vragen zijn gesteld, we weten het niet.
Het is al avond als Marcus de draad weer opneemt en de derde gebeurtenis vertelt.
Na zonsondergang werden allerlei mensen die lijdend of bezeten waren bij Jezus gebracht.
De werkelijkheid die met het woord bezeten wordt aangeduid is voor ons niet duidelijk. Zoals de schreeuwende man in de synagoge denken we dan aan mensen die niet zichzelf zijn, maar bezet en geblokkeerd, gevangen door zichzelf. Velen van deze mensen genas Jezus. Het feit dat het gebeurde kunnen we begrijpen, maar hoe, dat verstaan we niet. Bij ons duurt een genezing van dat soort aandoeningen veel langer, als het al lukt. In de laatste zin van het verhaal vertelt Marcus dat Jezus geesten uitdreef en dat hij niet toeliet dat ze spraken want ze kenden hem. Voor mij is dat niet goed te verstaan. In de boekjes spreekt men van het Messiaanse geheim, maar het is en blijft raadselachtig.
We zien dat op de avond van die ene dag een armzalige stoet van stumpers naar Jezus toekomt of wordt gebracht. In landen waar de ziekenzorg minder ver staat dan bij ons kent men beter deze stoeten van zieken en misvormden, eindeloze stoeten van leed. Bij ons liggen ze nu in de kou, of in de warmte eenzaam en gebroken in de geest of in het lichaam. Ze hebben gehoord van Jezus, en komen. Velen werden genezen, hoe weten we niet. Veel vragen blijven in ieder geval open.
De laatste gebeurtenis van die dag is het bidden van Jezus in de nacht, buiten, op een eenzame plaats.
Bidden? Waarom naar buiten gaan? Waarom naar een eenzame plaats?
Zijn metgezellen zoeken hem, iedereen zoekt hem.
Maar hij zegt laten we ergens anders heen gaan, opdat ik ook daar kan spreken.
Wat betekent dat nu allemaal? Dat zeggen ook de mensen in Kafarnaüm. En er zijn meer vragen dan antwoorden en Marcus wil ons uitnodigen om verder te lezen in dit boek.
De wijze van denken en vertellen is zo verschillend van de onze. Wij brengen op een andere manier gebeurtenissen onder woorden. Sla maar eens de krant open.
Maar wat we wel verstaan is dat het optreden van Jezus krachtig is, vernieuwend, bevrijdend en genezend. Het voert naar het herstel van ware menselijkheid, naar ware vrijheid. Hij herstelt humaniteit, herstelt mensen in zichzelf. Marcus wil dat we verder lezen, en dat een man die zulke straffe daden stelt, ook wel krachtig zal spreken , aanspreken en ons in onze situatie willen doen nadenken over ons eigen doen en laten.
En wat verlangen we immers meer dan waarachtige menselijkheid, ontplooiing van onze mogelijkheden als mens, in vrijheid?
Staan deze waarden in onze tijd niet bijzonder onder druk? Ik denk dat ik je daar niets moet over vertellen, ieder ervaart het zelf dezer dagen.
Zou het verder lezen in dit boek ons ook niet kunnen verhelderen wat de reden is van het falen van ons en onze gemeenschappen die de naam van Jezus gebruiken als hun merknaam.
Want hebben wij en ons leiderschap of onze leiders, die van de kerk of van de politiek, een bijzondere genezende, bevrijdende en heilzame werking op onze wereld?
Zijn wij geestdriftig en geïnspireerd, willen wij veranderingen ten goede, kunnen wij veranderingen verdragen? Gaan wij de ontmoeting met de uitgestoten mensen niet uit de weg?
En dat betekent ongetwijfeld een voortdurend pogen om vrij te worden van vooroordelen en taboes, van leuzen en slogans, van papieren ketens die sterker blijken dan staal.
Dat betekent biddende en denkende mensen worden, om te luisteren, om de werkelijkheid te laten spreken, om het bestaan en het leven te doen oplichten,
een ontvouwd mens, een ontplooid mens, een recht-op, recht-door mens te worden.
Dat betekent ongetwijfeld nog veel meer. Wij krijgen een naam, nieuw leven.
Karel Veelhaver
|