|
Het verhaal voor de kinderen
Over Martijn, de schoenlapper, die hoopt dat Jezus ooit bij hem zal langskomen. Pas 's avonds beseft dat hij Jezus hielp in de hongerige en behoeftige mensen die bij hem langskwamen.
Overweging bij Matteüs 25, 31-40
(Jezus zei tegen zijn leerlingen):
31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door
luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn
glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en
zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken
scheidt; 33 de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34
Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn
Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de
grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35 Want ik had honger en
jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was
een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36 ik was naakt, en jullie kleedden
mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar
mij toe.” 37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben
wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven?
38 Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en
gekleed? 39 Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en
zijn we naar u toe gekomen?” 40 En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker
jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van
mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
Het einde van het kerkelijk jaar
herinnert ons aan het einde der tijden en aan de wederkomst van de Heer. En aan
het Laatste Oordeel. Christus, de Mensenzoon die als Koning oordeelt over de
wereld. We liggen, gelukkig maar, niet meer wakker van deze wederkomst. De kerk
zwaait niet meer met verdoemenis en hel om haar leden in de pas te doen lopen.
Angst is nooit een goede leermeester geweest.
Maar heeft dit verhaal dan helemaal geen betekenis meer? Is het onderscheid tussen Goed en
Kwaad dan zinloos geworden? Natuurlijk niet. Het evangelie van Jezus stelt heel
duidelijk een aantal waarden voorop. Het geeft een levensregel. Het vraagt
aandacht voor de mens in nood. De arme, de gekwetste, de verlamde, de
kromgebogen mens....Jezus zag hen en ging naar hen toe. Naar de mens in nood
wordt omgezien binnen het christendom....Dat is puur evangelie. Ieder mens
heeft een fundamentele keuze te maken in zijn leven....Zal ik de arme zien
staan, durf ik hem aankijken, laat ik mij raken... of wend ik de ogen af, blijf
ik niet staan, sluit ik mij af. Daar
gaat het om in de weg van Jezus. Niets is fundamenteler dan deze keuze. Dat is de enige en beslissende vraag waarop
ons leven getaxeerd zal worden. Het is zo belangrijk dat de koning er bij zegt:
in die arme, gekwetste, kreupele hebt gij mij gezien, of niet willen
zien...mijzelf hebt ge geholpen of genegeerd. De plaats waar wij een mens in
nood tegemoet treden is heilig, want daar ontmoeten wij Jezus, de zoon zelf.
Wie Jezus volgt in zijn aandacht voor
de mens in nood, wie in zijn spoor probeert dienaar te worden, die treedt
binnen in het Rijk Gods. Die leeft mee met de diepste droom van God...Daar
regeert niet koning voetbal, koning geld of koning sex.
Daar is God koning, daar heerst zijn
wet van echte menselijkheid, van barmhartigheid en vergeving, van aandacht en
eerbied voor de weerloze, de machteloze, de kleine mens.
Goede vrienden,
laat dit duidelijk zijn, mochten deze
woorden ons wakker roepen. Er is hier op deze wereld echt niets belangrijkers
te doen dan mekaar te dienen. En als wij dat nog niet kunnen, dan moeten wij
het nog beter leren. En de manier waarop wij dat doen kan vele vormen aannemen.
En laat u niet misleiden door de mensen
die er te zeer mee te koop lopen. Het staat niet in het evangelie, maar het zou
er kunnen in staan: "als gij dient, dien dan in het verborgene, en uw
Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden". Ieder mens heeft
met zijn eigen talenten en in zijn eigen midden, zijn eigen mogelijkheden en
kansen om te dienen en goed te zijn.
Laten wij die kansen grijpen nu het nog tijd is en wijzelf nog in staat
zijn te helpen. Want als wijzelf hulpbehoevend geworden zijn, is het te laat.
En misschien is dat morgen al. Neen, werkelijk, vandaag is het de goede tijd om
goed te doen.
Roger Ghysens
|