Home arrow Net Gemist arrow Na de viering van 13 november 2011
 
 
 
 

Na de viering van 13 november 2011
2011-11-06-1.jpg

Bij het begin

Als je eens om je heen kijkt, je ziet auto's, wegen, reclameborden, boeken, enz.
De wegen brengen mensen waar ze moeten zijn: op hun werk, bij hun familie, bij hun vrienden, ... maar diezelfde wegen brengen ook dieven met hun lading waar die niet moet zijn.
Reclameborden laten weten wat er allemaal bestaat, maar verleiden en misleiden ons ook, en leiden ons af.

Alles kan op verschillende manieren gebruikt worden of misbruikt. Aan ons de keuze, aan ons het engagement.'

Het verhaal voor de kinderen

De buurjongen van Jonas  vertrekt binnenkort voor een paar jaar naar het buitenland. Ilya heet hij. Hij is 23 jaar en heeft gedaan met studeren. Nu gaat hij naar Haïti. Hij gaat daar mee helpen aan de opbouw van het land na de aardbeving. Er is nog veel werk: huizen bouwen, in scholen helpen, landbouw beter maken.
Ilya begint stilaan zijn koffer te maken. Hij wil niet te veel meenemen. Kleren heeft hij natuurlijk nodig, en een paar boeken.

Hij heeft ook een nieuwe fiets maar die neemt hij niet mee. Dat is te moeilijk. Hij zal ginder wel aan een fiets kunnen komen.

‘Wel jammer dat die fiets hier dan gewoon staat,’ denkt hij.  ‘Eens polsen bij de buurjongen Jonas.’

‘Hé, Jonas, kijk eens hier. Mijn nieuwe fiets. Binnenkort vertrek ik en ik kan hem niet meenemen. Als je wil, kun jij hem gebruiken terwijl ik weg ben. De eerste jaren doe ik er toch niets mee. Het is een heel goeie fiets en hij is bijna nieuw.
Je had me toch verteld dat je binnenkort alleen naar de training mag?  En dat je gaat oefenen voor een toneelstuk met Kerstmis in het rusthuis? Dan kun je alleen gaan.
Hier is ook de doos van de fiets. Ik heb ze gehouden.’

Jonas is heel blij met de fiets. Morgen is de eerste repetitie. Daar kan hij dan naartoe met de nieuwe fiets.
Maar het regent. ‘Nee,’ denkt hij, ‘ik ga niet met die fiets door de regen. Stel dat hij begint te roesten.’ En hij zet de fiets terug in de garage. Hij gaat deze keer dan maar niet naar de repetitie.
De volgende week wil hij opnieuw vertrekken. Het regent niet, maar hij denkt: ‘Stel dat er een kras op komt. Hoe moet ik dat aan Ilya uitleggen?’ En hij zet de fiets terug binnen en blijft veilig thuis.

Net voor zijn vertrek naar Haïti komt Ilya nog eens langs om afscheid te nemen.
‘En?’ vraagt hij, ‘Is het een goeie fiets? Goeie remmen? Werken de versnellingen zoals het hoort?’
‘Wel,’ zegt Jonas, ‘het is een heel mooie fiets. Maar, eerlijk gezegd, ik heb hem nog niet gebruikt. Ik durf niet. Stel dat er krassen op komen of dat hij begint te roesten. ik durf niet.  Ik zorg er heel goed voor, hoor. Ik heb hem netjes in de doos in de garage gezet.’

Ilya wordt bijna boos.
‘Wat? Je gebruikt hem niet? Ik geef hem toch aan jou om hem te gebruiken? Omdat jij hem nodig hebt, en omdat je ploegmaten van de voetbal dan blij zijn als jij er bent en je vrienden van het toneel ook. Da’s toch gewoon dom om die fiets in de garage te zetten. Gebruik hem dan toch. Een fiets die niet gebruikt wordt, is geen fiets.
Je moet me een ding beloven: dat je hem vanaf wel gebruikt. En anders geef je hem maar terug. Dan zoek ik iemand anders. ’

‘Zal ik doen,’ belooft Jonas,’ Ik wist niet dat het zo simpel was. Ik wist niet dat jij niet geeft om een kras of een plekje roest.’

‘Nee,’ zegt Ilya, ‘daar geef ik niet om. Maar dat die fiets voor niets dient, dat vind ik erg.’

Greet Denayer
naar een verhaal uit 'Kind op zondag'

 

2011-11-06-2.jpg

 

Overweging bij Matteüs25, 14-30

(Jezus zei tegen zijn leerlingen:)

14 Het zal (met het koninkrijk van de hemel) zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. 15 Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen 16 ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. 17 Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. 18 Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. 19 Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. 20 Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” 21 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
22 Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.”
23 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
24 Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, 25 en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.”
26 Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? 27 Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. 28 Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft.
29 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. 30 En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

Een verhaal met weerhaken. Van lang geleden, toen het vertrouwen in banken nog onwankelbaar was. Het lijkt het er dit keer in het evangelie zeer wereldbevestigend aan toe te gaan. Het leven zoals het is: the winner takes it all. Hij die al met voorsprong mocht starten, gaat ook nog eens aan de haal met het deel van wie veel minder kreeg. Heeft het evangelie dan geen mededogen met hen die door de loterij van het leven minder begunstigd zijn? We voelen al meteen sympathie met die sukkel die slechts één talent kreeg.
Slechts één talent…? Hoe weinig is één talent? Het is een geldstuk met een waarde van 6000 denariën, 6000 daglonen zijn dat, het inkomen dus van bijna 20 jaar werken. Ter waarde van meer dan 34 kg goud.  Pas later heeft het woord ‘talent’ de heel andere betekenis gekregen van begaafdheid of aanleg.

Drie mensen krijgen van hun heer zijn hele hebben en houden in beheer. De twee eersten, met hun vijf en twee talent,  zetten alles op alles en verdubbelen het kapitaal. De heer is in de wolken. De derde, helaas, blokkeert. Hij is bang, bang voor zijn heer, en hij begraaft zijn talent. Hij behoudt het kapitaal, - al goed dat hij niet vergat waar hij het begraven had - maar heeft geen cent meer. Hij doet er niks mee. Uit schrik zo staat er. Uit angst. En dat is nu precies waar die heer van ontploft.

Waar gaat dit over? Het koninkrijk van de hemel. Daar gaat het om. Daar heeft Jezus zelf alles op ingezet. Daar, zo wil Matteus zijn jonge christengemeente en ook ons voorhouden, daar moeten wij alles op inzetten.
Dat te doen is meer dan belangrijk: het is een kwestie van leven of dood.
Wellicht daarom zet Matteus telkens, hier en in andere gelijkenissen, twee groepen tegenover mekaar. Telkens ben je ofwel welkom op het feest, krijg je deel aan het echte leven, zul je wandelen in het licht. Of: je vliegt eruit, buiten, de uiterste duisternis in, waar je zal jammeren en knarsetanden; terug naar af: naar de chaos waarboven geen god ooit licht heeft geroepen en waar elke menselijke beschaving ontbreekt.

Leven of dood – licht of duister. Oude en beproefde bijbelse beelden zijn het . Matteus haalt ze telkens weer uit de kast. Als sterke taal, zwart-wit gesteld, propaganda haast, die mensen wil bevestigen of overhalen om de weg van het evangelie te gaan. En let op, niets is wat het lijkt: er zijn eersten die laatsten en laatsten die eerste zullen zijn, ook dat heeft hij ons al stevig ingepeperd.

Zo ongenuanceerd, zo zwart-wit als je moet zijn over die te maken keuze, zo genuanceerd en zo voorzichtig, telkens-opnieuw-zoekend naar woorden en beelden, spreekt het evangelie over dat koninkrijk van de hemel.
Hoe is dat met dat koninkrijk, voor wie is het, hoe ziet het eruit, wanneer breekt het aan, wanneer is die “toekomst gekomen”, waaraan kun je dat merken?
“Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel”, hebben we onthouden uit de bergrede. En we hebben het voorbij Mattteusjaar heel wat gelijkenissen over het koninkrijk van de hemel gelezen en overwogen.

We zitten in hoofdstuk 25. Sinds hfdst 24 zijn we aanbeland in wat Matteus de “laatste rede” van Jezus noemt. Jezus heeft de tempel verlaten. Daar heeft hij harde woorden gesproken aan het adres van schriftgeleerden en Farizeeën. Nu is hij gaan zitten, op de Olijfberg, tegenover de tempel, met zijn leerlingen om zich heen.
Wat we vandaag hoorden is dus gericht tot insiders. Matteus richt zich met zijn verhaal tot zijn nog jonge Jezusgemeenschap.
Tot mensen die dachten dat het koninkrijk van de hemel, een soort definitieve doorbraak zou kennen. Dat Jezus zou terugkomen, zoniet morgen of overmorgen, dan toch binnen het jaar of zo. Zulke gedachten duiken ook vandaag nog op.
In de loop der tijden is het wel meer gebeurd dat religie en geloof de mensen de daver op het lijf joegen.
Zou Matteus zelf zo gedacht hebben? Was het zijn bedoeling de mensen schrik aan te jagen?  Laat het nu juist de schrik zijn die in deze gelijkenis veroordeeld wordt. Of het nu schrik is voor een nakend oordeel, dan wel een einde dat al te lang uitblijft waardoor de aandacht verslapt.

Ik versta Matteus liever positief. Kreeg je vijf talenten, zet ze dan in, alle vijf. Kreeg je er twee, zet ze in, allebei. Heb je er één, zet het dan in, bedenk welk kapitaal je met dat ene talent in handen houdt en hou op met te denken dat zij die er twee hebben of vijf het makkelijker hebben dan jij.  Voor het koninkrijk van de hemel moeten alle hens aan dek. Telt iedere man of vrouw. Telt elke minuut van elke dag. Telt elke eurocent en telt de manier waarop je die verdient en uitgeeft.

Hangt het dan af van onze eigen verdienste? Is het de prestatie die telt? Nee, het koninkrijk van de hemel kunnen we niet verdienen. Het kan ons alleen  “gegeven” zijn. Als genadebrood, gratuiet, onverdiend. Maar het kan maar gegeven worden bovenop ons eigen, beperkte pogen. Het kan ons maar gegeven worden als we zelf in die beweging zitten van geven. In een systeem, een logica, van geven. Zo versta ik dat zogenaamde Matteuseffect: “wie heeft zal nog meer krijgen en zelfs in overvloed”. Het woord “hebben” staat eigenlijk voor “een gesteltenis van geven wat je kan”. Er is dus een alternatief voor de logica van eigenbelang die van crisis naar crisis de wereld beheerst, er is een alternatief voor de logica van “de markten” .

In dit, het laatste hoofdstuk alvorens Jezus zijn laatste avond en zijn laatste nacht ingaat, houdt Matteus de uitgangspunten van de bergrede tegen het licht van het uiteindelijke. Waar zijn we uiteindelijk mee bezig? Door wie, door wat laten wij ons leiden? En in welke wereld komen we zo terecht? Vandaag al en morgen en overmorgen. Met die vraag bezig zijn is geen luxe. Het is het begin van beschaving.

Van ons christenen wordt niet alleen gevraagd dat wij het alternatief genegen zijn of kunnen uitleggen wat anderen zouden moeten doen. Wij horen zelf het alternatief te zijn. We hebben daarvoor gekregen wat we nodig hebben, ieder naar wat hij aankan. In welke logica stappen wij? Het is geen populair en-en verhaal.  Het is wel degelijk een of-of verhaal. En wij mogen geloven dat onze keuze er echt toe doet.

“Ik zal niet rusten, geen ogenblik. Tot ik gevonden heb: een plaats waar recht wordt gedaan aan de verworpenen der aarde”. De verworpenen der aarde, “de onaanzienlijken” waarmee onze God zich identificeert. Dat horen we volgende week als sluitstuk van de “laatste rede” van Jezus in Matteus.  

Michel Goossens

2011-11-06-3.jpg
Dankgebed
 

We danken voor uw rijk, dat wij het mogen inzetten
Dat dit aan ons mensen is toevertrouwd,
Dat wij er kunnen mee werken,
Dat het zelfwerkzaam is in en rondom ons
Dat Jij Goede, die we Vader en Moeder noemen
Ons oproept om het appel dat van jou uitgaat niet zomaar verdringen,
te begraven
maar er zonder angst mee om te gaan, omdat Jij Goede bent en God.

We danken je voor deze oproep, voor deze vraag van het leven.
We danken voor de weg van het leven en de kansen die we krijgen.

Voor het zien en het doen, voor het voelen en het weten.

En allicht is deze weg niet de meest efficiënte,

Uw weg die de onze zou moeten worden is niet de meest doeltreffende.

Is niet de weg van ‘om ter meeste' talenten,

Noch de weg van het verzamelen van talenten.

Maar de inzet zonder vrees, van mogelijkheden, van talenten.

We danken voor het zicht en het inzicht

Ons zicht moet een zicht zijn op het tegenlicht,

Het zicht op de contouren, dat de grenzen laat zien

Het zicht en het inzicht dat de weg belangrijker is dan het doel.

Het leven iets anders is dan het halen van doelstellingen

Leven iets anders is dan het zo snel mogelijk vinden van wat onze belangen dient.
 

Tegen de tijdstroom in willen we vol houden
vast houden aan de visie dat het belangrijk is dat je inzet, en niet begraaft
dat je een omweg maakt  in plaats van de snelste verbinding
dat we beginnen te doorzien bij elke ervaring,
en dat elke ervaring meer is dan we zien,
het is zien, voelen, horen en beleven

We danken voor het opdoen van deze ervaringen,
Ervaringen onderweg, levenservaring opdoen,
opdoen verwijst naar een actie die alleen verrijkend is als ze wordt gedaan,
maar ook gemaakt, gezien en beluisterd en , beleefd
je kunt wel ergens geraken, maar daarom ging je de weg nog niet.
Maar als je de weg niet bent gegaan, ben je een arrivé.
Dit geldt voor elke weg en zeker voor de levensweg,
En voor Jouw Weg, de weg van de solidariteit,
Een omweg, de dwaasheid van de weg is de omweg,
Niet de efficiënte en snelle weg om rap goud en geld talenten te verwerven,
Maar de omweg om samen met anderen de ervaring op te doen
Om samen de talenten te verwerven en te kunnen inzetten voor Jou Rijk.

En onderweg ondergaat de reiziger, de Emmaüsganger ,
de Jezus-naamdrager de grote verandering
en het is niet door zijn talent te verbergen
dat de verandering plaats vindt.
Het is de inwerking van de tijd en de plaats,
Het is de inwerking van de weg en de talenten.
Goede, in jouw rijk, bepaalt niet de agenda de tijd,
Maar de levenstijd, de mogelijkheden bepalen de agenda.
De weg, het leven, de talenten de inzet bepalen de tijd

En als we dan ‘s avonds mijmerend naar buiten kijken
Naar de sterren aan de hemel,
Dan weten we dat deze sterren ook schijnen aan de Afrikaanse of de Amerikaanse  hemel
Ze schijnen over de ganse wereld.
De hemel richt onze blik op de werkelijkheid,
Maar ook op de werkelijkheid die ons overstijgt.
Uw rijk overstijgt de plaats, maar ook de tijd
Uw agenda tijd is niet de onze,

We danken je speciaal voor Jezus, die zijn agenda
Liet bepalen door jouw tijd,
Door zijn levenstijd,
En die voelde toen zijn levenstijd vol raakte
Op die avond op het feest van Pasen,
Het feest van de levenstijd, van het doen wat moet gedaan,
Feest van bevrijding, Hij het brood rond deelde,
Omdat het talent, de inzet moet leven in ieder van ons,
En brood de voeding is voor deze inzet.
Die ook de beker met wijn ronddeelde
Omdat die beker de vreugde is die de inzet mogelijk maakt.

Het talent moet ingezet, beleefd en geleefd,
Niet achter maskers,
Niet in theater en in allerlei rollen,
Maar leven volop
En dan voelen we duidelijk en concreet hoe we mekaar nodig hebben
Zo blijkt de dwaasheid van de weg van het leven
Wijzer dan de wijsheid van hen die niet inzetten, niet vertrekken, niet leven.

Wij danken en vragen, maak ons hart vrij,
En dat ligt niet aan de stemming,
Dat hangt niet af van rating bureaus,
Dat wordt niet gegeven in bonussen,
Dat is geen winstwaarschuwing,

Dat is ervaren dat wij uw gasten zijn
Vreemdelingen in uw rijk, in uw wereld.

Maar een verlangen naar vreugde en geluk van alle mensen.

Karel Veelhaver

 

 

 
< Vorige   Volgende >


© 2012 Kapel van Zavelenborre
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.