|
Overweging bij Matteus 5,1-12a
1 Toen Jezus de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging
hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2 Hij nam het woord en
onderrichtte hen:
3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
4 Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
5 Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
7 Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
9 Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden,
vervolgen en van allerlei kwaad betichten. 12 Verheug je en juich, want je zult
rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de
profeten.
Gelukkig zijn jullie, als je …
Geluk en gelukkig zijn, daarover gaat het hier. Maar wat
noem je geluk, echt geluk, uiteindelijk?
De leerlingen van Jezus zitten rond hem. Hij onderricht hen,
hij leert hen.
Gelukkig wie nederig
van hart zijn, wie slechts weinig het hunne noemen, wie arm, zonder aanzien
voor god staan, wie geen te groot gedacht hebben van zichzelf.
‘Sukkels,’ zullen sommigen zeggen, en er wordt nogal eens
over zulke mensen heen gelopen. Maar nee: Voor
hen is het koninkrijk van de hemel. Met hen zal er een wereld komen waar
mensen gelukkig leven met zichzelf, met mekaar, met de natuur, met God.
Gelukkig de treurenden.
Mensen die om een of andere reden in pijn en verdriet leven. Die misschien
het lachen verleerd zijn. ‘Loosers,’ zullen sommigen zeggen, maar nee: mensen
die nog weten dat er iets misloopt bij henzelf, in huis, in het leven, in het
samenleven, en die uitkijken naar anders en beter. Zij zullen getroost worden. Zij zijn al op weg naar een
betere wereld voor iedereen.
Gelukkig de
zachtmoedigen. Zachtmoedig: de mensen die hun wil niet met geweld opleggen.
‘Zo kom je nergens,’ zullen sommigen zeggen. Maar nee: zij zullen het land bezitten: een plek om te wonen en te werken,
een plek om voor voedsel te zorgen. Met de zachtmoedigen zal er een nieuwe
wereld komen. Met hen, en niet met de mensen die het land in bezit
genomen hebben, sterk als ze staan, bezig met overklassen.
Gelukkig wie hongeren
en dorsten naar gerechtigheid. Gerechtigheid is de rode draad door de
bijbel. De Jezusbeweging verlangt vurig naar de vervulling van de
gerechtigheid. ‘Naïevelingen,’ zullen sommigen zeggen, maar nee: mensen die
daarop inzetten zijn op de goeie weg, zij
zullen verzadigd worden.
Gelukkig de
barmhartigen. Barmhartigheid, ontferming, diep mede-voelen, mede-lijden met
een ander mens. Een manier van zijn en samen-zijn om uit het lijden te geraken.
‘Zij verliezen hun tijd,’ zullen sommigen zeggen, maar nee: zij zullen
barmhartigheid ondervinden. Van barmhartigheid komt immers nog meer barmhartigheid.
Gelukkig wie zuiver
van hart zijn, wie niet ‘dubbelhartig’ zijn. Gelukkig wie met een
ondubbelzinnige gezindheid voor mekaar naaste
zijn. ‘Dommeriken,’ zullen sommigen zeggen, maar nee: zij zullen God zien.
Gelukkig de
vredestichters. Mensen die het conflict niet uitbuiten of opdrijven, die
creatief zijn in het bedenken van oplossingen. Thuis, op het werk, in
verenigingen of bedrijven, in de politiek. Op zo’n manier dat er respect
blijft. ‘Goed zot,’ zullen sommigen zeggen, maar nee: zij zullen kinderen
van God genoemd worden. Het hoogste in de ogen van Jezus: kind van God genoemd
worden.
Gelukkig wie omwille
van de gerechtigheid vervolgd worden. ‘Je eigen leven op het spel zetten om
tegen onmenselijkheid in te gaan? Het is pure onzin.‘ zullen sommigen zeggen, en
zo dicteert ook het gezond verstand, de menselijke natuur. Maar nee: zij zijn
tenminste niet vergeten dat gerechtigheid een basisrecht is, broodnodig voor elke
mens. Voor hen is het koninkrijk van de
hemel.
Je zult rijkelijk
beloond worden in de hemel. Waar en wanneer is de hemel? Boven of onder de
wolken? Nu al of na onze dood? Ik versta het als: waar mensen gelukkig leven, gelukkig
in de betekenis van dit bijbels woord, waar deze dingen er uiteindelijk toe
doen. En dat is hier en nu, als mensen daaraan beginnen, er hun leven op
inrichten en inzetten. Hier en nu, waar de tijd van God, ‘de eeuwigheid’
begint.
Een troostende tekst is dit, voor de leerlingen die meegaan met
Jezus en voor de eerste christelijke gemeenschappen die veel tegenwerking en
strijd ondervinden. Soms te veel. Een troostende tekst ook voor de vele mensen
die dezelfde weg willen gaan. Want dit is de weg met uitzicht. De weg met een
onuitroeibare hoop op een betere wereld, waar we met mekaar echt mens worden,
naar het beeld van God.
Gelukkig zullen er altijd mensen zijn die dit geloven. Die dit soort hoop
koesteren.
Gelukkig als ook wij die mensen zijn.
En stel nu even dat het gewoon een verhaaltje is om de moed
erin te houden. Valse hoop dan?
Hoop op juiste dingen is nooit vals. Zij maakt het verschil.
Een leven dat de hoop bewaart is niet hopeloos. Niet leeg en verloren, niet
zonder uitzicht.
Wij weten wel waar het uiteindelijk op aan komt. We hebben
een idee van het koninkrijk van de hemel. We hebben een idee van hoe de wereld
eigenlijk zou moeten zijn. Maar we vergeten het zo graag en zo gauw. Er is ook
zo veel goed georganiseerde afleiding.
Met de eindigheid van het leven voor ogen, met het afscheid
in huis, is er soms plots het besef van wat uiteindelijk belangrijk is, wat
uiteindelijk gelukkig maakt.
Als we hier vandaag in ons samenkomen onze overledenen bij
name noemen, dan is het met de herinnering aan wie zij voor ons geweest zijn.
Bij hen hebben we iets ervaren van wat liefde kan zijn, of barmhartigheid, of
hoop op gerechtigheid en vrede.
Dat is wat we blijven onthouden van een mens. Dat is wat ons
verdriet tempert. Dat is waarover we graag spreken en waarvan verteld wordt in
een begrafenis. Dat is de gestalte waarin ze bij ons blijven.
Omgaan met de dood is een heel werk. Afscheid nemen, leren
leven met een lege plek, is een zwaar karwei. De tijd helpt gewoonlijk wel wat.
En zoals er iets is wat blijft, is er ook iets dat voorgoed weg is. Zoals in
het verhaal.
We zullen zo meteen namen noemen van mensen die we graag
zien, nu nog, na hun dood. Wij zullen bidden om liefde sterker dan de dood, opdat
geen mens verloren gaat.
Greet Denayer
|