Karin Kuiper schrijft dit boek na de dood
van haar man, de schrijver Karel Glastra van Loon, die in 2005 op 42-jarige leeftijd
overleed aan een hersentumor.
Het boek brengt in een 70-tal korte stukjes
het aangrijpende getuigenis van een vrouw die haar liefste verliest. Ze blijft
achter in het leven met drie jonge kinderen en met de vele dagelijkse zorgen en
vragen.
De korte stukjes doen soms aan als een
dagboek, maar dat zijn ze niet. Ze voeren de lezer stukje bij beetje door de
verlamming van zware rouw, 1001 (te) lange dagen.Je gaat mee op een moeizame tocht. De tijd
wordt geteld in maanden, weken, dagen na
de dood van Karel. Een tijd van wanhoop, stress, verdriet, waarin het geheugen
zijn werk weigert, waarin de concentratie zo zoek is dat lezen of een film
kijken onmogelijk worden, waarin de feestelijkste dingen en dagen van vroeger
dieptepunten worden, waarin vrienden gaan en komen en lotgenoten mekaar
troosten.
Tot, af en toe, heel even, het bloed weer
sneller stroomt, en er stilaan plaats komt voor verlangen en hoop.
Aan het einde van het boek geeft Karin
Kuiper zeer praktische 'Tips voor de omgeving', 'Tips voor verweduwden', 'Favoriete
websites' en 'Favoriete boeken' voor kinderen en voor volwassenen.
Een ontwapenend eerlijk boek van een vrouw in
een kwetsbare situatie. Om te lezen zonder te oordelen.